Het Standaardmodel van de deeltjesfysica beschrijft de elementaire deeltjes en hun interactie met sterke, zwakke en elektromagnetische kracht. Ondanks dat het Standaardmodel erg succesvol is, is het niet compleet. Het verklaart bijvoorbeeld niet de aanwezigheid van donkere materie of zwaartekracht. Het Standaardmodel kan direct getest worden door botsingsexperimenten bij hoge energieën, zoals bij CERN, of indirect door kleinschalige precisie-experimenten met atomen of moleculen. Moleculen hebben een versterkte gevoeligheid voor zulke precisietesten van het Standaardmodel doordat ze een rijke energie-niveaustructuur hebben. Door het koelen van de moleculen tot een fractie van een graad boven het absolute nulpunt kan een meting worden gedaan met een lange observatietijd. Dit vergroot de gevoeligheid nog meer. Wij gebruiken een combinatie van twee recent ontwikkelde technieken: Starkafremming en laserkoeling. Zware moleculen zijn het gevoeligst voor precisiemetingen maar moeilijk af te remmen. Wij kozen voor SrF omdat het kan worden afgeremd in een 4,5 meter lange afremmer. Na het afremmen kunnen de moleculen worden gelaserkoeld om de temperatuur verder omlaag te brengen. Door de combinatie van deze twee technieken worden een aantal uitdagingen van het laserkoelen van moleculen verzwakt omdat de moleculen al koud zijn na het afremmen. We concluderen daarom dat een combinatie van afremmen en laserkoelen veelbelovend is voor een nieuwe generatie precisiemetingen.
Jop Briët deed onderzoek op het terrein van kwantuminformatietheorie en optimalisatie. Hij bestudeerde beide toepassingen met gelijke wiskundige gereedschappen, namelijk Grothendieck-ongelijkheden. Op het gebied van kwantuminformatietheorie onderzocht Briët een van de meest verrassende aspecten van de kwantummechanica, de verstrengeling van twee of meer kwantummechanische systemen. Hij vond onder dat andere dat verstrengeling in theorie beter kan worden waargenomen met andere experimenten dan de relatief eenvoudige experimenten die momenteel in de praktijk uitvoerbaar zijn. Ook blijkt dat het bewijs voor dit resultaat vrijwel letterlijk gebruikt kan worden voor de oplossing van een probleem in zogeheten Banach-algebra’s dat al vijfendertig jaar openstond. Op het gebied van optimalisatie bestudeerde Briët een probleem dat betrekking heeft op het zoeken naar een optimale verdeling van een gegeven aantal punten op het oppervlak van een driedimensionale bal. Dit probleem komt voor in de studie van magnetische materialen in het Heisenbergmodel. Briët onderzocht de kwaliteit van een efficiënt approximatie-algoritme, waarbij de eerste kwaliteitsgaranties werden verkregen van een efficiënt approximatie-algoritme voor het berekenen van de grondtoestand in het Heisenbergmodel.